dinsdag 19 september 2017

iets zoets en iets goeds

En plotseling hangt de herfst in de lucht.  Het verlangen naar een sjaal rond de nek, een lekker zachte trui uit de kast nemen, dat prettig kille gevoel als je 's morgens buitenkomt en oneindige regenvlagen.  Ik hou er van, die overgang van een seizoen is als een bladzijde omslaan, wat zal het nieuwe seizoen weer in petto hebben?  


Zonder dat je er bij stilstaat grijp je in de keuken naar gemberthee en speculaaskruiden.  Alles wat verwarmt en omarmt is welkom nu.  Het overvloedige fruit dat van de bomen is gevallen snakt naar taarten en suiker.  Als daar de rush van de eerste schoolweken nog eens bij komt kijken dan is er weinig tijd en maak ik graag dessertjes in kleine ovenschaaltjes.  Warm en verzadigend, meer moet dat niet zijn op een doordeweekse avond.


Toch hangt er ook heimwee in de lucht naar de zomer.  Naar picnics en Zuiderse gerechtjes.  De tijd voor zware stoofpotten en stevige ovenschotels is nog niet gearriveerd.  De tuinen bulken precies nu uit van de groenten, de courgettes moeten geplukt worden en zijn spotgoedkoop in de supermarkt.

 
En het moet alweer snel gaan, vooruit met die pasta.  Er is straks nog muziekles en er wacht nog huiswerk.  Bovendien hunker je er naar om snel in de zetel te ploffen met dat lekker perendessertje en een warm dekentje.
 



Perenclafoutis              voor 6 kleine schaaltjes

2 à 3 peren, geschild & klokhuis verwijderd & in kleine blokjes gesneden
boter
2 dl amandelmelk
3 afgestreken eetlepels bruine suiker
1 zakje vanillesuiker
1 theelepel speculaasruiden
1 theelepel gemalen kardemom
1 theelepel gemalen gember
2 eieren
20 g rijstbloem
25 g amandelmeel

- Boter 6 ovenschaaltjes in (bijvoorbeeld crème brulée-schaaltjes) of gebruik 1 grote ovenschaal.
- Verdeel de stukjes peer over de bodems van de schaaltjes.
- Meng de overige ingrediënten en klop ze glad.  Schenk het mengsel over de peer en zet de schaaltjes in de voorverwarmde oven op 190°C.  Bak ze tot de clafoutis stevig is, ongeveer 20 minuten.
- Serveer warm.


Pasta met courgette & groene olijf           voor 4 personen

300 g pasta
olijfolie
1 ui, fijngesnipperd
2 tenen look, geperst
1 courgette, in kleine blokjes gesneden
handvol groene olijven, in plakjes gesneden
125 g zachte geitenkaas
1 bosje platte peterselie, fijngehakt
Parmezaanse kaas, geraspt

- Kook de pasta beetgaar.
- Fruit ondertussen de ui en de look in een steelpan met olijfolie.  Voeg dan de courgette toe en laat kort meefruiten.  Voeg de olijven en de geitenkaas toe.  Neem wat van het kookwater van de pasta, en doe die bij het courgettemengsel.  Laat dit een beetje inkoken; kruid met zout en peper en voeg net voor het serveren de peterselie toe.  Serveer met Parmezaanse kaas.

maandag 15 mei 2017

een groen hapje in de zon

Toegegeven, mijn kookspirit is soms zoek.  Maar als ik dan in mijn wilde tuintje gluur, al die dingen zie groeien, die groene blaadjes zie oppiepen, lekker bitter, knapperig, goed voor het bloed (en hopelijk het gemoed), dan komt er meestal wel een ingeving voor een maaltje in me naar boven. 


Ik pluk en roer, bijna op automatische piloot, er moet eten op tafel komen, we improviseren wat, er is haast, er zijn kindermaagjes te vullen, geen tijd voor tralalaatjes.  Dus we kloppen een beslagje met boekweitmeel, we bakken daar een stapeltje flensjes van, ondertussen zwieren we de inhoud van de ijskast in een kookpot, de kruiden mixen we glad  met een vlootje roomkaas en een restje noten, en kijk, een bloempje op het bord doet de rest.  Magen weer gevuld, vervuld, we kunnen er weer een dagje tegen.  En dan kan je jezelf een complimentje geven, dat mag, niet alleen op moedertjesdag!


(Of pluk een lekker wild boeket voor jezelf, ook dat kan geweldig deugd doen!)


Boekweitflensjes - voor 14 stuks

130 g boekweitmeel
120 g volkoren rijstmeel
3 eieren
2 dl havermelk
2 dl water
1 eetlepel olijfolie
1 koffielepel bakpoeder
zout

Klop de bovenstaande ingrediënten tot een glad flensjesbeslag.
Voeg naar wens gehakte groene (wilde kruiden) toe.  Die vergat ik zelf toe te voegen...


Saliecrème

200 g roomkaas
handvol salieblaadjes
handvol walnoten
1 teentje look, geperst
1 eetlepel olijfolie
zout & peper

Mix alle ingrediënten glad en serveer bij de gevulde wrap, eventueel met bloemetjes van daslook.


Gestoofde groentjes in kokosmelk

1 broccoli, in roosjes gesneden
1 venkelknol, in halve plakjes gesneden
2 tenen look, fijngehakt
1 sjalot
100 g spinazieblaadjes
1 dl groentenbouillon
100 g santen (= gedroogde 'creamed coconut) of 1 blikje kokosmelk zonder de bouillon
peper

Stoof de sjalot, venkel, look en broccoli in olijfolie glazig gedurende enkele minuten.
Voeg de santen toe en laat smelten met 1 dl groentenbouillon.  Tenslotte voeg de de spinazieblaadjes toe en laat ze slinken. 
Serveer de groentjes in de warme wrap, met een knapperige groene salade.



donderdag 16 maart 2017

de eerste en de laatste pluk

Als het eerste groen komt piepen krijgt een mens gelukshormoontjes toegediend.  En als dat eerste groen eetbaar is en zelfs enorm lekker smaakt dan mag daar over gejubeld worden.  De daslook is daar!


Jarenlang heb ik bolletjes geplant in de tuin, geduldig heb ik ze laten groeien en vermeerderen, en stilaan begint hij er zin in te krijgen.  Spijtig genoeg moet ik hem nog steeds als kruiderij gebruiken, als extraatje in de salade of een laagje op de boterham.  Voor een pesto of een wilde roerbakschotel zou ik alle blaadjes in één keer moeten plunderen.

Maar er staat wel nog een andere weelderige plant te blinken in de moestuin.  Al de hele winter blijft hij fier rechtop, de blaadjes trotseren alle vriestemperaturen.  Tijd om te oogsten, en het veldje te gebruiken voor verse zaaiplannen.  Ziehier onze laatste boerenkool!
 

Hier kunnen we dus een royale pesto van maken.  De klassieker met pijnboompitjes,  parmezaanse kaas en look kan nooit een tegenvaller zijn.  Deze keer wordt het een variant met roomkaas en pompoenpitten.  Kijk wat er in je kast ligt, iets nootachtig, iets romig, iets afsmakend, doe alles in je mixer en klaar.  Laat de pasta aanrukken!



 Boerenkoolpesto                          serveer met pasta, voor 6 personen

blaadjes boerenkool (van 1 plant, ongeveer 2 vergieten vol)
100 g roomkaas (philadelphiakaas, ...)
100 g pompoenpitten
1 eetlepel gistvlokken of geraspte Parmezaanse kaas
scheutje olijfolie
peper & zout

Verwijder de nerven uit de boerenkoolblaadjes.  Breng een ruime hoeveelheid gezouten water aan de kook.  Voeg de blaadjes toe en blancheer ze 1 minuut.  Neem de blaadjes met een schuimspaan uit het water en verfris ze even onder koud water in een vergiet.  Laat ze goed uitlekken.

Rooster de pompoenpitjes in een droge koekenpan tot ze knappen.

Mix de blaadjes glad met de overige ingrediënten en kruid alles goed af met flink wat peper en zout.  Proef!

Serveer met pasta en gebakken haloumikaas.










woensdag 22 februari 2017

binnengluren

Curieuzeneuzen, eens achter een ander gordijn piepen, wat zet een ander op tafel als het snel snel moet gaan?  Wip eens onverwachts binnen bij je vrienden op het spitsuur, wat toveren zij op tafel?  Je zal hun handigste pastarecept, hun razendsnelle risottopot of wonderlijk wokgerecht ontdekken. Dingen die ze zonder nadenken bij elkaar in de kookpot zwieren omdat het op automatische piloot gaat,  hun eigenste topreceptjes.  Eens gaan gluren bij andere tafels geeft dikwijls inspiratie.  Zo simpel als wat, maar je had er zelf nooit aan gedacht.

Meestal gaat dat in golvende periodes, een half jaar lang pasta-kruiden-geitenkaas-chili of risotto-met-wat-er-nog-in-de-ijskast-ligt of mijn wok-met-favoriete-kerriesaus, ...


Momenteel slurpen wij noedels, als we halsoverkop thuiskomen op een zondagavond, de kinderen denken aan frieten en de moeder heeft zin in iets verkwikkends.  Of het is een luie grijze dag, je hebt geen uitzonderlijke ingrediënten in je ijskast liggen en je snakt naar verwarmend eten.  Dan is er onze fastfood noedelsoep!  De sliertjes liggen op voorraad in de kelder, de smaakmakers vervallen niet gauw en de tofu gaat na het winkelen rechtstreeks de diepvries in.


En variatie is de boodschap.  Trek je ijskast open en kijk wat er nog te bikkelen valt, iets groente-achtigs, iets kruiden-achtigs, en je bent vertrokken.  Heb je miso in huis, dan zal je je huisgenoten aan tafel roepen met 'Japanse soep is klaar!'.  Ligt er Thaïse kerriepasta op het schap dan klinkt het als 'Er wordt een pikant soepje geserveerd!' 


Als er maar noedels klaar liggen.  Ik heb een heel gamma in de voorraadkast: Japanse udonnoedels, dunne mie, soba (boekweitnoedels), ...  Maar aangezien ik glutenvrij eet, koop ik ook een heel assortiment bij de biowinkel  Ga maar eens rondneuzen tussen al dat interessants: zwarterijstnoedels, zoete-aardappelnoedels met boekweit , bruinerijstnoedels met wakame, bruinerijstnoedels met pompoen & gember, ...  Zoals ik al zei, een andermans potje geeft je altijd inspiratie.


Japanse Noedelsoep
 
varieer met de volgende ingrediënten:

- noedels (soba, udon, mie, ... zie hierboven):
Kook de noedels zoals op de verpakking staat beschreven, in een ruime hoeveelheid water.  Giet de noedels niet af, dit serveer je als soep.

- zoute smaakmakers (miso, groentebouillon, visbouillon, gedroogde dashi (Japanse visbouillon), vissaus, sojasaus, tamari, ...
Voeg per persoon een kleine eetlepels miso toe aan de bouillon.  Als je geen miso gebruikt, neem je een andere zoute smaakmaker, die je aan het kookvocht toevoegt.

- groenten: spinazieblaadjes, julienne van wortel of pompoen of zoete aardappel of pastinaak, champignons, gedroogde paddenstoelen, broccoli, paksoi, ...
De blaadjesgroenten voeg je op het einde van de kooktijd aan de noedels toe. 
De andere groenten kook je samen met de noedels in het kookwater. 
De gedroogde champignons week je op voorhand, en kook je apart tot ze volledig zacht zijn.  Voeg dit kookwater bij het soepvocht.

- verse kruiden: geraspte gember, lente-uitjes, bieslook, koriander, basilicum, chilipeper, ...
Strooi de verse kruiden over de soep in de individuele kommen.

- zeewier: nori in reepjes gesneden, gedroogde wakame, gemengde zeewiervlokjes, ...
Strooi het zeewier over de soep in de individuele kommen, of zet kleine kommetjes op tafel zodat iedereen zich zelf kan bedienen.

- gebakken of gefrituurde tofu:
Gefrituurde tofu is extra krokant wanneer je de tofu in de originele verpakking (samen met het water)diepvriest.  Na het ontdooien verliest de tofu heel veel vocht.  Knijp er zo veel mogelijk uit; dep de tofu droog, snijd hem in blokjes en frituur ze krokant.  Laat de tofu uitlekken op keukenpapier en besprenkel hem met sojasaus en mirin.
Heb je geen tofu in de diepvries liggen, dan bak je de plakjes krokant in de pan.

- drupje sesamolie, sesamzaadjes, ...


woensdag 8 februari 2017

burgers en balletjes

Balletjes, burgers, falafels, fritters, als je (af en toe) vegetarisch kookt moet je dat een beetje onder de knie hebben.  Of je het nu maakt van bonen, kikkererwten, tofu, groentjes of granen, of een mix van alles door elkaar, het wordt tijd om hier wat tips op een rijtje te zetten.  Zodat je wat minder kant-en-klare dingen moet kopen uit de supermarkt, omdat zelfgemaakt natuurlijk honderdmaal lekkerder is en omdat het gewoonweg niet gecompliceerd is.


Ik zie al gefronste blikken en ronddraaiende ogen als ik start met het weken en koken van bonen.  Dat hoeft niet echt, een bokaal open maken kan ook, maar het is toch smaakvoller.  Regelmatig maak ik een flinke voorraad van de ene of andere bonenburger (of falafel) en ik vries het mengsel in gepaste porties in.  Je weekt de hele zak bonen gedurende de nacht, en tijdens het ontbijt of als je thuiskomt 's avonds kook je de bonen, dat is ook geen kunst.  Dan mix je de bonen glad met veel kruiden, en klaar.  Hiervoor heb je wel een blender nodig.  In het begin van mijn kookkunstencarrière heb ik wel een aantal mixers hierdoor verhit... zeg niet dat je niet gewaarschuwd was.


Tot zover de echte boontjesburger.  Een rasechte falafel wordt niet gemaakt van gekookte kikkererwten, maar van geweekte tuinbonen.  Die koop je bij de Marokkaanse of Turkse winkel.  Die worden alleen geweekt, niet gekookt.  Dan giet je ze af en mix je ze glad met smaakmakers en verse kruiden.  Als  je gekookte kikkererwten zou gebruiken vallen de falafels uit elkaar wanneer je ze frituurt.  Een burger die je simpelweg bakt in de pan kan je natuurlijk met gekookte kikkererwten maken.  Maar die authentieke gefrituurde falafels zijn toch niet te versmaden! En die overheerlijke bijgerechten die je er bij kan serveren, het water loopt me al in de mond... Geef mij mezze!

Dan komt de kwestie van het rollen en bakken.  Een bonenburger bevat van zichzelf al veel zetmeel, daar hoef je geen of amper bindmiddel te gebruiken om een stevig balletje te maken.  Wanneer je een tofu- of een groentenburger wil maken die er even stevig uitziet als eentje uit de supermarkt, moet je veel meel of broodkruim toevoegen.  Ik gebruik liever zo weinig mogelijk bindmiddel, en maak 'hoopjes' van het mengsel op een bakplaat die ik bak in de oven.  Zo drogen de burgertjes van zelf uit.  Gebruik je liever wat meer bindmiddel, dan kan je glutenvrije soorten gebruiken  zoals boekweitmeel, kikkererwtmeel, rijstmeel, ...

Varieer eens met bonensoorten en met de smaakmakers die je toevoegt.  Probeer bijvoorbeeld gegaarde groentjes (pompoen, rode biet of zoete aardappel) te combineren met gekookte kikkererwten, en bak ze in de oven krokant.

Voorraadjes maken, dat kan toch een voldaan gevoel geven?  Tijdens het koken heb je dan meer tijd voor wat bijgerechtjes, een frisse salade en niet te vergeten een pittige dipsaus.



Bonenburger  voor ongeveer 12 kleine burgertjes

600 g gekookte zwarte bonen (ongeveer 250 g gedroogde bonen)
3 grote tenen look
handvol (platte) peterselie
1 kleine rode ui, gesnipperd
1 ei
2 koffielepels paprikapoeder
1 koffielepel gemalen koriander
1 theelepel komijn
2 koffielepels oregano
zout & peper

- Mix de bovenstaande ingedriënten met de blender of mixer min of meer glad.
- Maak met je handen afgeplatte balletjes (ongeveer 70 g/stuk).  Bak ze aan beide kanten in de pan, in olijfolie.
- Serveer met een wittekoolslaatje en het koriandersausje.


Koriandersausje

1 bos koriander, mét steeltjes
flinke scheut vissaus
1 eetlepel mangopickle
scheutje ume-azijn (of andere azijnsoort naar wens)
klein scheutje olie (bv koolzaadolie)
eventueel een paar eetlepels water

Mix de bovenstaande ingrediënten glad met een mixer of blender en proef!  Voeg geen zout toe, de vissaus is erg gezouten.


Falafel

350 g gedroogde tuinbonen (=fava beans)
1 volle koffielepel gemalen komijn
1 volle koffielepel gemalen koriander
2 tenen look
1 kleine rode ui
1 bosje koriander
3 eetlepels muntblaadjes
1 theelepel bakpoeder
zout & peper

- Week de tuinbonen minstens 24.00 (eventueel 48 uur). Giet ze daarna af en pureer ze met de bovenstaande ingrediënten in een blender.  Neem hiervoor de tijd zodat het mengsel mooi glad wordt.
- Maak balletjes met een diameter van ongeveer 4 cm en laat ze 30 minuten rusten. (Als je gehaast bent sla je het rusten over).
- Frituur de balletjes op 190°C bruin en krokant. 
- Serveer met een koriandersausje (of humus of een tahindressing) & een slaatje.

donderdag 12 januari 2017

gewoon een huiselijk ontbijtje



Ten huize foodlovers zijn we niet zo een fan van havermoutpap, dat ligt ons wat te zwaar op de maag in de vroege ochtend.  Spijtig vond ik dat, een warm papje voor mijn kleine meisjes roeren is een gezellig en gezond feit.  Maar we hebben hier al jarenlang een geweldig alternatief: maak kennis met onze havermoutpannenkoekjes!

Het is klaar in een handomdraai, je werkt er je restjes gekookte rijst mee op en het is even gezellig om te serveren als pap. 


Het is glutenvrij, veganistisch, lekker en voedzaam, combineerbaar met alles wat je zelf lekker vindt, wat wil een mens nog meer.  Wie heeft er af en toe geen restje gekookte rijst over na de avondmaaltijd?  Je mengt de rijst met een hoeveelheid havermout en een beetje water en laat dit een nachtje rusten.  Ikzelf mix dit al door elkaar met de staafmixer, je kan dit ook de volgende ochtend doen.  's Morgens heb je een dik crèmig mengsel waar je een soort blini's van bakt in olie of een andere vetstof.  Zorg  dat je pan walmend heet is, zodat de koekjes krokant worden. 

Ik maak graag een grote hoeveelheid van het beslag waarvan je een deel in de diepvries stopt.  Zo heb je altijd iets achter de hand op avonden dat je geen brood meer in huis hebt.  Dus als ik rijst kook, zorg ik altijd voor wat extra.  Als je nog op zoek was naar goede voornemens om het jaar gezond te starten is dit al een stevig begin.


Havermoutpannenkoekjes   (voor ongeveer 30 stuks)

600 g gekookte witte basmatirijst
200 g havermoutvlokken
8 dl water

wanneer je een andere rijstsoort gebruikt, kunnen de verhoudingen variëren, bijvoorbeeld:
350 gekookte ronde volkorenrijst
250 g havermout
8 dl water

voeg eventueel kaneel aan het deeg toe

Meng de bovenstaande ingrediënten in een hoge mengkom goed door elkaar. 
Mix het mengsel met de staafmixer glad en laat het deeg een nachtje rusten in de ijskast (het mixen kan ook 's ochtends, na het rusten).

Laat olie of een andere vetstof heet worden in de hete pan, laat eetlepels van het mengsel in de pan glijden en druk ze eventueel een beetje plat.  Bak ze aan beide kanten krokant op een heel heet vuur en keer ze voorzichtig om met een platte spatel.

Serveer de koekjes met confituur, fruit, yoghurt, siroop, ...  Ook lekker bij soep of hartige dips.


zondag 11 december 2016

iets herfstigs

Al die hartverwarmende berichten die ik ontving van jullie vorige week, dat verdient een lekker taartje.  Iets stevigs, iets herfstigs, iets waar je mee onder je kerstboom kan kruipen en lekker loom van wordt.

 
De walnotentaart is deze herfst onze topper.  Het plezier startte maanden geleden bij het rapen van de noten en het opsnuiven van de heerlijke geur van de bolsters.   Mijn buurvrouw Bernadette heeft een gigantische walnotenboom in de tuin staan, en wonder boven wonder tuimelen alle noten over mijn tuinmuurtje.  Weer een momentje dat ik me een beetje boerin voel in de stad.  Dit jaar was de oogst gigantisch, we zullen notentaart blijven eten tot het zomert...


Voor de taartbodem kan je natuurlijk je eigen favoriet taartdeeg gebruiken.  Als je glutenvrij deeg maakt zoals in dit recept,  rol je dat niet uit met een taartrol.  Het deeg is niet elastisch genoeg, dus je duwt het met je vingers tot de gewenste dikte in de bakvorm.  En varieer gerust met de verschillende soorten meel, kijk eens wat er nog in je keukenkast ligt en experimenteer.


walnotentaart

voor de taartbodem:
125 g amandelmeel
110 g boekweitmeel of kastanjemeel
60 g kikkererwtenmeel (= besan)
125 g boter, in klontjes
1 ei

voor de vulling:
200 walnoten, gemalen in de blender
3 eieren, gesplitst
90 g donkerbruine kandijsuiker
1 zakje vanillesuiker
50 g gesmolten boter
1 dl (soja)room

Meng de ingrediënten voor de taartbodem met je handen door elkaar tot een samenhangend deeg.  Vet een springvorm in met boter en druk het deeg met je vingers aan tot de gewenste dikte in de vorm.  Bak het deeg 10 minuten voor in de oven op 190°C.

Ondertussen meng je de gemalen walnoten met de eigelen, de suiker, de vanillesuiker, de boter en de sojaroom door elkaar met een klopper.  Klop de eiwitten stijf en spatel ze voorzichtig door het beslag.  Schenk dit in de voorgebakken taartbodem en bak de taart ongeveer 25 minuten op 190°C, tot de vulling stevig is.