donderdag 12 januari 2017

gewoon een huiselijk ontbijtje



Ten huize foodlovers zijn we niet zo een fan van havermoutpap, dat ligt ons wat te zwaar op de maag in de vroege ochtend.  Spijtig vond ik dat, een warm papje voor mijn kleine meisjes roeren is een gezellig en gezond feit.  Maar we hebben hier al jarenlang een geweldig alternatief: maak kennis met onze havermoutpannenkoekjes!

Het is klaar in een handomdraai, je werkt er je restjes gekookte rijst mee op en het is even gezellig om te serveren als pap. 


Het is glutenvrij, veganistisch, lekker en voedzaam, combineerbaar met alles wat je zelf lekker vindt, wat wil een mens nog meer.  Wie heeft er af en toe geen restje gekookte rijst over na de avondmaaltijd?  Je mengt de rijst met een hoeveelheid havermout en een beetje water en laat dit een nachtje rusten.  Ikzelf mix dit al door elkaar met de staafmixer, je kan dit ook de volgende ochtend doen.  's Morgens heb je een dik crèmig mengsel waar je een soort blini's van bakt in olie of een andere vetstof.  Zorg  dat je pan walmend heet is, zodat de koekjes krokant worden. 

Ik maak graag een grote hoeveelheid van het beslag waarvan je een deel in de diepvries stopt.  Zo heb je altijd iets achter de hand op avonden dat je geen brood meer in huis hebt.  Dus als ik rijst kook, zorg ik altijd voor wat extra.  Als je nog op zoek was naar goede voornemens om het jaar gezond te starten is dit al een stevig begin.


Havermoutpannenkoekjes   (voor ongeveer 30 stuks)

600 g gekookte witte basmatirijst
200 g havermoutvlokken
8 dl water

wanneer je een andere rijstsoort gebruikt, kunnen de verhoudingen variëren, bijvoorbeeld:
350 gekookte ronde volkorenrijst
250 g havermout
8 dl water

voeg eventueel kaneel aan het deeg toe

Meng de bovenstaande ingrediënten in een hoge mengkom goed door elkaar. 
Mix het mengsel met de staafmixer glad en laat het deeg een nachtje rusten in de ijskast (het mixen kan ook 's ochtends, na het rusten).

Laat olie of een andere vetstof heet worden in de hete pan, laat eetlepels van het mengsel in de pan glijden en druk ze eventueel een beetje plat.  Bak ze aan beide kanten krokant op een heel heet vuur en keer ze voorzichtig om met een platte spatel.

Serveer de koekjes met confituur, fruit, yoghurt, siroop, ...  Ook lekker bij soep of hartige dips.


zondag 11 december 2016

iets herfstigs

Al die hartverwarmende berichten die ik ontving van jullie vorige week, dat verdient een lekker taartje.  Iets stevigs, iets herfstigs, iets waar je mee onder je kerstboom kan kruipen en lekker loom van wordt.

 
De walnotentaart is deze herfst onze topper.  Het plezier startte maanden geleden bij het rapen van de noten en het opsnuiven van de heerlijke geur van de bolsters.   Mijn buurvrouw Bernadette heeft een gigantische walnotenboom in de tuin staan, en wonder boven wonder tuimelen alle noten over mijn tuinmuurtje.  Weer een momentje dat ik me een beetje boerin voel in de stad.  Dit jaar was de oogst gigantisch, we zullen notentaart blijven eten tot het zomert...


Voor de taartbodem kan je natuurlijk je eigen favoriet taartdeeg gebruiken.  Als je glutenvrij deeg maakt zoals in dit recept,  rol je dat niet uit met een taartrol.  Het deeg is niet elastisch genoeg, dus je duwt het met je vingers tot de gewenste dikte in de bakvorm.  En varieer gerust met de verschillende soorten meel, kijk eens wat er nog in je keukenkast ligt en experimenteer.


walnotentaart

voor de taartbodem:
125 g amandelmeel
110 g boekweitmeel of kastanjemeel
60 g kikkererwtenmeel (= besan)
125 g boter, in klontjes
1 ei

voor de vulling:
200 walnoten, gemalen in de blender
3 eieren, gesplitst
90 g donkerbruine kandijsuiker
1 zakje vanillesuiker
50 g gesmolten boter
1 dl (soja)room

Meng de ingrediënten voor de taartbodem met je handen door elkaar tot een samenhangend deeg.  Vet een springvorm in met boter en druk het deeg met je vingers aan tot de gewenste dikte in de vorm.  Bak het deeg 10 minuten voor in de oven op 190°C.

Ondertussen meng je de gemalen walnoten met de eigelen, de suiker, de vanillesuiker, de boter en de sojaroom door elkaar met een klopper.  Klop de eiwitten stijf en spatel ze voorzichtig door het beslag.  Schenk dit in de voorgebakken taartbodem en bak de taart ongeveer 25 minuten op 190°C, tot de vulling stevig is.



zondag 4 december 2016

nieuw leven

En dan is er een ochtend waarop de ochtendmist iets minder dik is.  Waarop je dat spinsel in je hoofd een beetje oppoetst.  Die lang rondsluimerde gedachte die je al honderden keren voelde prikken in je achterhoofd, die pak je dan uiteindelijk vast.  Er zijn nog honderden excuses te verzinnen om toch niet achter die pc te gaan zitten, maar er zijn ook een paar goeie redenen om dat toch te doen.  Deze blog terug nieuw leven inblazen.

En waarmee begin je dan... Wat is er zinvol genoeg om die schrijfsels terug te starten?  Iets dat opruimt, dat heelt, dat goed voor je is.  Ik stel graag mijn waterkefirdrank aan je voor.  Mijn dorstlesser die ik al enkele maanden met liefde verzorg en koester, mijn drankje waar ik zo verzot op ben geraakt.



Sinds enkele jaren ben ik me gaan verdiepen in fermenteren.  Alles wat natuurlijk groeit en borrelt en geheimzinnig een eigen leven leidt, trekt me aan.  Een dagelijkse portie gefermenteerde groentjes tussen je slaatje of op je boterham hebben een groots effect.  Een knapperig fris gevoel in je mond maar bovenal een gezond resultaat binnenin je lijf.  Die goedaardige bacteriën kan je duur betalen bij de apotheek in potjes probiotica of bij de supermarkt in flesjes yakult.  Maar je kan ook dagelijks een glaasje kefir drinken, bomvol vitamines.  Dat kikkert je helemaal op, ik voel dat regelrecht naar mijn ingewanden stromen.



In mijn kinderjaren stonden op vele aanrechten bokalen met melkkefir of yoghurtbloemetjes te rijpen.  Deze waterkefir is familie, de korrels zien er hetzelfde uit maar zijn doorzichtig in plaats van melkwit.  De vloeistof die je toevoegt is geen melk maar zuiver water of vruchtensap.  En dan moet je zorgen dat er voeding voor die korrels (zoetstof: suiker, gedroogde vruchten of diksap) wordt toegevoegd, zodat ze gaan groeien.  De korrels zetten de zoetstof om in gezonde gist.  Er ontstaan nu mooie belletjes in je bokaal omdat er koolzuurgas geproduceerd wordt.

Sinds deze zomer experimenteer ik volop met dit wonderbaarlijke drankje.  Ik heb geleerd dat je voluit kan spelen met de ingrediënten en de rijpingstijd.  Ga voor je eigen smaak en proef wat je het lekkerst vindt.  Hoe langer het brouwsel fermenteert, hoe zuurder het wordt.  Na 2 dagen kan je de ingrediënten uit het vocht vissen en de korrels spoelen in een zeefje onder stromend water.  Het drankje kan je nu gekoeld drinken, maar je kan het ook nog yot 3 weken in de ijskast bewaren, waar het lichtjes verder zal fermenteren.  De smaken zullen nooit twee maal hetzelfde zijn.  De temperatuur en het licht, de zoetheid van het fruit, alles is variabel.

Dus houd je niet te strak aan de recepten en zet je aan het brouwen.  Zo zijn we terug gestart, voilà.  Je vindt hier geen catering of workshops meer, voortaan wordt er alleen nog gekookt in kleine pannetjes.  Ik zal jullie schrijven over mijn tafel van alledag.  Tot heel gauw!



Wat heb je nodig:
  • schone glazen bokaal, gespoeld met heet water zonder zeepsop
  • plastieken zeefje (werk niet met metalen materiaal, dat schaadt de kefircultuur)
  • plastieken of kunststoffen tang of lepel

Ingrediënten:
  • 100 g waterkefirkorrels (bestel via het web of vraag ze aan een kefirvriendin)
  • 1 liter flessenwater (water van de kraan bevat te veel chloor, dat doodt de fermentatie) of vruchtensap (of  half water half sap) of koude thee
  • 3 eetlepels suiker (gewone suiker werkt het best) of 4 à 8 gedroogde vijgen of ander gedroogd fruit (geen honing, dit werkt niet bij de fermentatie.  Als je het drankje liever zoeter hebt, kan je meer suiker toevoegen.  Als je vruchtensap gebruikt in plaats van water, of diksap gebruikt, heb je geen suiker nodig.
  • smaakmakers: een halve bio-citroen, gemberplakjes, verse kruiden (citroenmelisse, citroenverveine, salie, tijm, citroengras, munt, vlierbloesem, rozenblaadjes, ...)
  • extra smaakmakers: stukjes stevig fruit (bv bessen, plakjes peer, meloen, rabarber, kiwi, pruim, kweepeer, mango, ananas), komkommer, ...

Werkwijze:
  • Doe je ingrediënten in een schone bokaal en zet hem afgesloten op kamertemperatuur (niet in de volle zon), gedurende minstens 2 dagen.
  • Je kan de bokaal afsluiten met een katoenen doek, dan ontsnapt het koolzuurgas.  Wil je meer prik in je drankje, sluit dan de bokaal af met een deksel.
  • Na 2 dagen verwijder je het fruit en de kruiden (meestal drijven ze bovenop de vloeistof).  Zeef het drankje doorheen een plastieken zeefje en plaats het drankje in de ijskast.  Dit bewaart nog zo'n 3 weken.
  • Spoel de korrels zachtjes onder de stomende kraan, en start in een verse bokaal met een nieuwe bereiding.
  • Als je een rustpauze wilt inlassen, doe je de korrels met water en suiker in een bokaal en plaats je hem in de ijskast.  Zo wordt de fermentatie vertraagd, en kan je nadien de korrels zeven voor verder gebruik.  Het vocht gooi je weg.
  • Wanneer je korrels wegkwijnen tot 'moes', wil dat zeggen dat de voeding op is.  Voeg suiker toe.
  • Na enkele keren zal je zien dat de korrels groeien en vermeerderen.  Je kan ze uitdelen of laten rusten zoals hierboven beschreven, in de ijskast.
  • De fermentatiebacteriën zijn heel gevoelig voor vuil, zuiver werken is de boodschap.
  • Laat je darmen wennen aan het drankje, en start met dagelijks één glaasje te drinken.



vrijdag 10 juli 2015

kokosbrownie

En dan kijk je eens naar de kalender, waar je constateert dat de vakantie al tien volle dagen vooruit is gegaloppeerd.  In een roes van rugzakken inpakken, kindertjes uitzwaaien, luieren en stil genieten zoeven de vakantiedagen voorbij.  In feite had ik dit verhaaltje willen vertellen op 30 juni.


Traditiegetrouw worden hier eigen maaksels als geschenkje gegeven aan die lieve juffen, kwestie van te concurreren tegen goede flessen wijn en dure pralines.  En natuurlijk omdat mijn keukenprinsesjes erg vlijtig zijn aan het fornuis.  Dezer dagen komt dat goed van pas...


Maar gebroken pols of niet, dit is een recept dat het kleinste kind, de onhandigste kwezel en de grootste luierik in een handomdraai maakt.  Mengen en klaar.


Voor alle duidelijkheid, het zijn gezonde, glutenvrije brownies met 75 (!) gram suiker ipv 750 gram. Bovendien hebben die juffen geweldig hun best gedaan en de rapporten waren schitterend. Schrijffouten zullen we wijten aan vermoeidheid aan het einde van dat briljante schooljaar...


kokosbrownies

2 dl (amandel)melk
100 g donkere chocolade in kleine stukjes (chocolade chips)
75 g suiker
1 zakje vanillesuiker
70 g amandelmeel
35 g gedroogde kokos
1 theelepel bakpoeder
1 theelepel baksoda
3 eetlepels arachideolie
2 eieren

Laat de (amandel)melk met 50 g chocolade, de suiker en de vanillesuiker smelten.

Meng het amandelmeel, de gedroogde kokos, het bakpoeder en de baksoda.
Roer de olie door het chocolademengsel, en schenk dit daarna bij het andere mengsel.

Roer alles door elkaar en voeg dan de eieren en de overige 50 g chocolade toe.  Doe het mengsel in een kleine bakvorm, bekleed met bakpapier.  Bak de brownie ongeveer 30 minuten op 190°C.


donderdag 18 juni 2015

nog meer blaadjes

Vorige keer was ik nog niet uitverteld.  Over die heerlijke blaadjes, dat verrukkelijke loof en die groene kruiden.  Ik kan een hele boom opzetten over zo veel groen dat wordt weggegooid in de meeste keukens en groentetuinen.  Worteltjes- of radijs- venkelloof bijvoorbeeld, blaadjes van doorgeschoten groenten zoals snijbiet of broccoli, dat zogeheten onkruid als melde of zuring.

'Wat doe je daar dan mee?' hoor ik vaak.  De pesto-sluier heb ik al eventjes opgelicht.  Bij de stevige blaadjes (bijvoorbeeld van rode melde, snijbiet, brave hendrik) en het bovenvermelde loof  is het handig om aan spinazie te denken.  Alle gerechtjes die je met spinazie zou kunnen maken, kan je met die stevige blaadjes en met het meeste loof bereiden.  Wok en fruit ze heel kort tot ze slinken, en draai ze dan in een wrap, een groentetaart of één of ander flapje.  Meng ze met andere groenten en serveer ze bij pasta of rijst, kortom, put uit je doordeweekse recepten die je regelmatig maakt.

Frissere blaadjes die welig tieren zoals bladmosterd, citroenmelisse, alle soorten sla en frisse kruiden gebruik ik graag in Viëtnamese rolletjes.  Die worden traditioneel gemaakt met munt en koriander, en met daarnaast iets hartigs.


De rolletjes worden niet gefrituurd, het is net de bedoeling om de frisheid van de kruiden te proeven. Als je ze niet onmiddellijk serveert, dek je ze af met folie zodat ze niet uitdrogen.  De gedroogde velletjes zijn te koop in de Chinese supermarkt.  Je vindt ze ook in een groot model, dat is handig om mee te nemen voor een picnic.  Dan maak je de vulling 'substantiëler' met wat meer sla of andere groentjes, bijvoorbeeld reepjes daikon of wortel.  Dit vul je dan aan met wat je lekker vindt, bijvoorveeld krokant gebakken tofu of garnalen.  Bij dit recept gebruik ik de kleine driehoekige velletjes.



frisse Viëtnamese rolletjes

komkommer, ongeschild, in fijne reepjes gesneden
mosterdblad (of andere slasoorten)
citroenmelisse
blad van bernagie (=komkommerkruid), de nerf verwijderd
munt (of appelmunt
zonnebloempitjes
sojasaus
rijstpapier

Rooster de zonnebloempitjes in een droge pan.  Wanneer ze lichtjes bruinen zet je het vuur uit en besprenkel de zaadjes dan met wat sojasaus.  Laat afkoelen.

Week de rijstpapier-blaadjes in koud water tot ze zacht zijn (1 à 2 minuten).  Leg ze op een schone handdoek, met de punten naar omhoog.

Leg de vulling onderaan op de velletjes: wat komkommerreepjes, een mosterdblad, enkele blaadjes citroenmelisse en munt, een eetlepel geroosterde pitjes.  Flap de onderzijde over de vulling, en plooi daarna de zijkanten er over.  Rol nu het rolletje strak op, met al je vingers.


dip met zuring

bosje zuring
flinke scheut yoghurt
kneepje wasabi
scheut vissaus

Mix de bovenstaande ingrediënten glad met een staafmixer en proef!

maandag 8 juni 2015

blaadjes & bloemetjes

Dit weekend heb ik nog eens gedaan wat ik het allerliefste doe in mijn keuken. Gespeeld, gefreewheeld met ingrediënten, geplukt en gemixt.  Dit is het ideale seizoen om te gaan neuzen in je groentetuin of in een schone berm naar frisse blaadjes.  Wilde kruiden, opschietende groenten van de vorige zomer, lekker loof, nieuwe scheutjes, alles wat kiemt en groeit en eetbaar is nemen we mee naar het aanrecht en dan gaan we aan de slag.  Experimenteer en word blij van al dat verse groen.





Een overvloed aan verse kruiden, blaadjes of loof verwerk je het handigst in een spread, pesto of tapenade.  Om te dippen, als broodbeleg of bijgerechtje, hoe je het ook noemt of hoe je het eet is niet belangrijk.  Wel van belang is een scherp mes om te hakken en een krachtige staafmixer.  Ook een voorraadkast met lekkere smaakmakers zoals miso, mosterd, umeboshipasta, citroen, verschillende soorten azijn en olies, look, zachte kaas (feta, geitenkaas, ...), pitjes, zaden en noten zijn onontbeerlijk.  Soms is het fijn om wat meer textuur te hebben, en dan hak je alles fijn met een chefmes.  Andere keren is het lekker om alles glad (of half glad) te mixen met je staafmixer.


Het is als swingen in de keuken, wat losse danspasjes bij elkaar gezet, wat hebben we in de voorraadkast, wat smaakt er lekker bij elkaar?  Wees niet bang keukenprins(sess)en, meng, speel en proef.

Ik geef toe, ik ben er veel te lang tussenuit geweest, dus ik geef extra recepten om dat goed te maken:


Tapenade van weegbree

grote bos smalle weegbree, fijngehakt 
handvol pistachenoten, fijngehakt 
1 teen look, fijngeperst
scheut olijfolie
scheutje appelazijn
peper & zout

Hak de bovenstaande ingredïenten fijn, meng alles door elkaar tot een smeuïg geheel en 10 minuten rusten.  Proef! Serveer bijvoorbeeld met bloemetjes van zeekool of andere eetbare bloemetjes.


Tapenade van citroenmelisse

handvol groene olijven
groot handvol citroenmelisseblaadjes
flinke scheut zonnebloemolie
kneepje citroensap
peper en zout

Mix de bovenstaande ingrediënten redelijk glad met je staafmixer.  Proef!


Tapenade van rode melde en radijsjesloof

handvol blaadjes van rode melde
handvol blaadjes van groene melde
handvol loof van radijsjes
teen look, geperst
olijfolie
scheutje rodewijnazijn
2 eetlepels rozijntjes, geweekt en fijngehakt
2 eetlepels pijnboompitjes, geroosterd in een droge pan
parmezaanse kaas, geschaafd

Fruit de rode en groene meldeblaadjes, het radijsjesloof en de look op een hoog vuur aan in olijfolie. Wanneer de blaadjes geslonken zijn besprenkel je ze met een klein scheutje rode wijnazijn.  Neem dan de pan van het vuur.  Hak alles redelijk fijn en meng met de rozijntjes en de pijnboompitjes.  Bestrooi de tapenade met de parmezaanse kaas en serveer met bruschetta.


Dip van salie en geitenkaas (lekker in tomatensoep)

handvol salie
handvol rucola of peterselie
150 g zachte geitenkaas
klein scheutje water
peper en zout

Mix de bovenstaande ingrediënten glad.  Proef!
Serveer de dip bijvoorbeeld met bernagiebloemetjes.







woensdag 14 januari 2015

goede voornemens

Sinds de kerstvakantie werk ik aan een lekker voornemen.  Ik ga opnieuw meer Oosterse smaken op mijn bord brengen, voilà.  Mijn kinderen zijn nochtans dappere eters, ze krijgen zelden echt traditionele maaltijden voorgeschoteld.  Dus ze eten geregeld soba, sushi en wok, zelfs van zeewier zijn ze grote fan.

Maar ikzelf blijf wat op mijn honger zitten en snak vaak naar de echte Thaïse smaken of pittige gerechten die vroeger meer op ons menu stonden, en waarvan ik vrees dat mijn meisjes er niet gelukkig mee zullen zijn.  Ik ben namelijk dol op chilipepertjes en hete gerechten, het is een lichte verslaving.  De chilismaakmakers die je bij de Chinese winkels vindt, bevatten echter stuk voor stuk toevoegingen die je beter links laat liggen.

Dus ben ik een tijdje geleden aan het experimenteren gegaan met kimchee.  Dat is Koreaanse opgelegde kool, variërend van pittig tot heel erg heet.  Ik ben al langer verslingerd aan groenten fermenteren.  Dagelijks een kleine portie zelfgemaakte zuurkool, dat is niet te vergelijken met die extreem zure kool uit de supermarkt.  Een andere keer vertel ik daar meer over, ondertussen kan je je misschien al verdiepen bij de 'fermenteergoeroe himself'.  Vandaag gaat het dus over de Koreaanse variant van zuurkool. Je kan hem eten als condiment, of je kan hem gebruiken als ingrediënt van een gerecht.  Meestal maak ik hem van Chinese kool; je kan ook witte kool gebruiken of combineren met daikon, komkommer en lente-ui.  Ik ben ook een restje rode kool aan het fermenteren tot kimchee, ben benieuwd hoe die zal smaken.


Gisteren maakten we tofuballetjes en die pasten (ook weer) wonderwel bij een portie kimchee. Vooruit, haal die bokalen uit de kelder en zet een Chinese kool op je boodschappenlijst.


Kimchee

1 grote Chinese kool, in stukjes van ongeveer 3 cm gesneden, eventueel gecombineerd met lente-ui, stukjes daikon of komkommer
3 eetlepels fijngemalen zeezout
1 warm liter water
4 grote tenen look, geperst
4 cm gember, geraspt
4 kleine chilipepertjes, fijngehakt (varieer de hoeveelheid naar eigen smaak)

Laat het zout smelten in het warme water en laat afkoelen.  Schenk dan het water over de Chinese kool en zet hierop een zwaar recipiënt, bijvoorbeeld een kookpot.  Laat dit 12 uur rusten en zeef dan de kool.

Mix de gember en look, en voeg dan de chilipeper toe.  Meng dit met je handen goed doorheen de kool.  Vul een bokaal met de kool en druk dit heel goed aan, zodat er bovenaan een klein beetje vocht op de kool staat.  Leg hierop een klein glaasje of een klein dichtgeknoopt plastiek zakje met water erin.  Dit doe doe je omdat het fermenteren best gebeurt met een bokaal die niet volledig is afgesloten, maar de kool zelf mag niet in contact komen met de lucht.

Laat de kimchee minstens een week rusten, of een maand, of langer als je dat wenst.  De smaak wordt intenser.  Daarna kan je de bokaal afsluiten met een deksel, en kan je hem in de ijskast bewaren.


Tofuballetjes  voor ongeveer 16 burgertjes

1 grote ui, grof gehakt
2 grote tenen look, geperst
5 eetlepels olijfolie
550 g tofu
1 klein bosje peterselie, fijngehakt
1 koffielepel raz-el-hanout
1 koffielepel gemalen komijn
2 koffielepels gemalen koriander
2 volle koffielepels paprikapoeder
1 eetlepel worchestersaus
1 eetlepel sojasaus
2 koffielepels kruidenzout
1 eetlepel geraspte gember

Fruit de ui en de look in de olijfolie.  Voeg ze daarna bij de tofu en mix ze glad met alle overige ingrediënten.
Vorm met je handen afgeplatte balletjes en leg ze op een ingeoliede ovenschaal.  Zet ze 35 minuten in een voorverwarmde oven op 190°C, tot ze bruin & krokant zijn.