woensdag 22 februari 2017

binnengluren

Curieuzeneuzen, eens achter een ander gordijn piepen, wat zet een ander op tafel als het snel snel moet gaan?  Wip eens onverwachts binnen bij je vrienden op het spitsuur, wat toveren zij op tafel?  Je zal hun handigste pastarecept, hun razendsnelle risottopot of wonderlijk wokgerecht ontdekken. Dingen die ze zonder nadenken bij elkaar in de kookpot zwieren omdat het op automatische piloot gaat,  hun eigenste topreceptjes.  Eens gaan gluren bij andere tafels geeft dikwijls inspiratie.  Zo simpel als wat, maar je had er zelf nooit aan gedacht.

Meestal gaat dat in golvende periodes, een half jaar lang pasta-kruiden-geitenkaas-chili of risotto-met-wat-er-nog-in-de-ijskast-ligt of mijn wok-met-favoriete-kerriesaus, ...


Momenteel slurpen wij noedels, als we halsoverkop thuiskomen op een zondagavond, de kinderen denken aan frieten en de moeder heeft zin in iets verkwikkends.  Of het is een luie grijze dag, je hebt geen uitzonderlijke ingrediënten in je ijskast liggen en je snakt naar verwarmend eten.  Dan is er onze fastfood noedelsoep!  De sliertjes liggen op voorraad in de kelder, de smaakmakers vervallen niet gauw en de tofu gaat na het winkelen rechtstreeks de diepvries in.


En variatie is de boodschap.  Trek je ijskast open en kijk wat er nog te bikkelen valt, iets groente-achtigs, iets kruiden-achtigs, en je bent vertrokken.  Heb je miso in huis, dan zal je je huisgenoten aan tafel roepen met 'Japanse soep is klaar!'.  Ligt er Thaïse kerriepasta op het schap dan klinkt het als 'Er wordt een pikant soepje geserveerd!' 


Als er maar noedels klaar liggen.  Ik heb een heel gamma in de voorraadkast: Japanse udonnoedels, dunne mie, soba (boekweitnoedels), ...  Maar aangezien ik glutenvrij eet, koop ik ook een heel assortiment bij de biowinkel  Ga maar eens rondneuzen tussen al dat interessants: zwarterijstnoedels, zoete-aardappelnoedels met boekweit , bruinerijstnoedels met wakame, bruinerijstnoedels met pompoen & gember, ...  Zoals ik al zei, een andermans potje geeft je altijd inspiratie.


Japanse Noedelsoep
 
varieer met de volgende ingrediënten:

- noedels (soba, udon, mie, ... zie hierboven):
Kook de noedels zoals op de verpakking staat beschreven, in een ruime hoeveelheid water.  Giet de noedels niet af, dit serveer je als soep.

- zoute smaakmakers (miso, groentebouillon, visbouillon, gedroogde dashi (Japanse visbouillon), vissaus, sojasaus, tamari, ...
Voeg per persoon een kleine eetlepels miso toe aan de bouillon.  Als je geen miso gebruikt, neem je een andere zoute smaakmaker, die je aan het kookvocht toevoegt.

- groenten: spinazieblaadjes, julienne van wortel of pompoen of zoete aardappel of pastinaak, champignons, gedroogde paddenstoelen, broccoli, paksoi, ...
De blaadjesgroenten voeg je op het einde van de kooktijd aan de noedels toe. 
De andere groenten kook je samen met de noedels in het kookwater. 
De gedroogde champignons week je op voorhand, en kook je apart tot ze volledig zacht zijn.  Voeg dit kookwater bij het soepvocht.

- verse kruiden: geraspte gember, lente-uitjes, bieslook, koriander, basilicum, chilipeper, ...
Strooi de verse kruiden over de soep in de individuele kommen.

- zeewier: nori in reepjes gesneden, gedroogde wakame, gemengde zeewiervlokjes, ...
Strooi het zeewier over de soep in de individuele kommen, of zet kleine kommetjes op tafel zodat iedereen zich zelf kan bedienen.

- gebakken of gefrituurde tofu:
Gefrituurde tofu is extra krokant wanneer je de tofu in de originele verpakking (samen met het water)diepvriest.  Na het ontdooien verliest de tofu heel veel vocht.  Knijp er zo veel mogelijk uit; dep de tofu droog, snijd hem in blokjes en frituur ze krokant.  Laat de tofu uitlekken op keukenpapier en besprenkel hem met sojasaus en mirin.
Heb je geen tofu in de diepvries liggen, dan bak je de plakjes krokant in de pan.

- drupje sesamolie, sesamzaadjes, ...


woensdag 8 februari 2017

burgers en balletjes

Balletjes, burgers, falafels, fritters, als je (af en toe) vegetarisch kookt moet je dat een beetje onder de knie hebben.  Of je het nu maakt van bonen, kikkererwten, tofu, groentjes of granen, of een mix van alles door elkaar, het wordt tijd om hier wat tips op een rijtje te zetten.  Zodat je wat minder kant-en-klare dingen moet kopen uit de supermarkt, omdat zelfgemaakt natuurlijk honderdmaal lekkerder is en omdat het gewoonweg niet gecompliceerd is.


Ik zie al gefronste blikken en ronddraaiende ogen als ik start met het weken en koken van bonen.  Dat hoeft niet echt, een bokaal open maken kan ook, maar het is toch smaakvoller.  Regelmatig maak ik een flinke voorraad van de ene of andere bonenburger (of falafel) en ik vries het mengsel in gepaste porties in.  Je weekt de hele zak bonen gedurende de nacht, en tijdens het ontbijt of als je thuiskomt 's avonds kook je de bonen, dat is ook geen kunst.  Dan mix je de bonen glad met veel kruiden, en klaar.  Hiervoor heb je wel een blender nodig.  In het begin van mijn kookkunstencarrière heb ik wel een aantal mixers hierdoor verhit... zeg niet dat je niet gewaarschuwd was.


Tot zover de echte boontjesburger.  Een rasechte falafel wordt niet gemaakt van gekookte kikkererwten, maar van geweekte tuinbonen.  Die koop je bij de Marokkaanse of Turkse winkel.  Die worden alleen geweekt, niet gekookt.  Dan giet je ze af en mix je ze glad met smaakmakers en verse kruiden.  Als  je gekookte kikkererwten zou gebruiken vallen de falafels uit elkaar wanneer je ze frituurt.  Een burger die je simpelweg bakt in de pan kan je natuurlijk met gekookte kikkererwten maken.  Maar die authentieke gefrituurde falafels zijn toch niet te versmaden! En die overheerlijke bijgerechten die je er bij kan serveren, het water loopt me al in de mond... Geef mij mezze!

Dan komt de kwestie van het rollen en bakken.  Een bonenburger bevat van zichzelf al veel zetmeel, daar hoef je geen of amper bindmiddel te gebruiken om een stevig balletje te maken.  Wanneer je een tofu- of een groentenburger wil maken die er even stevig uitziet als eentje uit de supermarkt, moet je veel meel of broodkruim toevoegen.  Ik gebruik liever zo weinig mogelijk bindmiddel, en maak 'hoopjes' van het mengsel op een bakplaat die ik bak in de oven.  Zo drogen de burgertjes van zelf uit.  Gebruik je liever wat meer bindmiddel, dan kan je glutenvrije soorten gebruiken  zoals boekweitmeel, kikkererwtmeel, rijstmeel, ...

Varieer eens met bonensoorten en met de smaakmakers die je toevoegt.  Probeer bijvoorbeeld gegaarde groentjes (pompoen, rode biet of zoete aardappel) te combineren met gekookte kikkererwten, en bak ze in de oven krokant.

Voorraadjes maken, dat kan toch een voldaan gevoel geven?  Tijdens het koken heb je dan meer tijd voor wat bijgerechtjes, een frisse salade en niet te vergeten een pittige dipsaus.



Bonenburger  voor ongeveer 12 kleine burgertjes

600 g gekookte zwarte bonen (ongeveer 250 g gedroogde bonen)
3 grote tenen look
handvol (platte) peterselie
1 kleine rode ui, gesnipperd
1 ei
2 koffielepels paprikapoeder
1 koffielepel gemalen koriander
1 theelepel komijn
2 koffielepels oregano
zout & peper

- Mix de bovenstaande ingedriënten met de blender of mixer min of meer glad.
- Maak met je handen afgeplatte balletjes (ongeveer 70 g/stuk).  Bak ze aan beide kanten in de pan, in olijfolie.
- Serveer met een wittekoolslaatje en het koriandersausje.


Koriandersausje

1 bos koriander, mét steeltjes
flinke scheut vissaus
1 eetlepel mangopickle
scheutje ume-azijn (of andere azijnsoort naar wens)
klein scheutje olie (bv koolzaadolie)
eventueel een paar eetlepels water

Mix de bovenstaande ingrediënten glad met een mixer of blender en proef!  Voeg geen zout toe, de vissaus is erg gezouten.


Falafel

350 g gedroogde tuinbonen (=fava beans)
1 volle koffielepel gemalen komijn
1 volle koffielepel gemalen koriander
2 tenen look
1 kleine rode ui
1 bosje koriander
3 eetlepels muntblaadjes
1 theelepel bakpoeder
zout & peper

- Week de tuinbonen minstens 24.00 (eventueel 48 uur). Giet ze daarna af en pureer ze met de bovenstaande ingrediënten in een blender.  Neem hiervoor de tijd zodat het mengsel mooi glad wordt.
- Maak balletjes met een diameter van ongeveer 4 cm en laat ze 30 minuten rusten. (Als je gehaast bent sla je het rusten over).
- Frituur de balletjes op 190°C bruin en krokant. 
- Serveer met een koriandersausje (of humus of een tahindressing) & een slaatje.

donderdag 12 januari 2017

gewoon een huiselijk ontbijtje



Ten huize foodlovers zijn we niet zo een fan van havermoutpap, dat ligt ons wat te zwaar op de maag in de vroege ochtend.  Spijtig vond ik dat, een warm papje voor mijn kleine meisjes roeren is een gezellig en gezond feit.  Maar we hebben hier al jarenlang een geweldig alternatief: maak kennis met onze havermoutpannenkoekjes!

Het is klaar in een handomdraai, je werkt er je restjes gekookte rijst mee op en het is even gezellig om te serveren als pap. 


Het is glutenvrij, veganistisch, lekker en voedzaam, combineerbaar met alles wat je zelf lekker vindt, wat wil een mens nog meer.  Wie heeft er af en toe geen restje gekookte rijst over na de avondmaaltijd?  Je mengt de rijst met een hoeveelheid havermout en een beetje water en laat dit een nachtje rusten.  Ikzelf mix dit al door elkaar met de staafmixer, je kan dit ook de volgende ochtend doen.  's Morgens heb je een dik crèmig mengsel waar je een soort blini's van bakt in olie of een andere vetstof.  Zorg  dat je pan walmend heet is, zodat de koekjes krokant worden. 

Ik maak graag een grote hoeveelheid van het beslag waarvan je een deel in de diepvries stopt.  Zo heb je altijd iets achter de hand op avonden dat je geen brood meer in huis hebt.  Dus als ik rijst kook, zorg ik altijd voor wat extra.  Als je nog op zoek was naar goede voornemens om het jaar gezond te starten is dit al een stevig begin.


Havermoutpannenkoekjes   (voor ongeveer 30 stuks)

600 g gekookte witte basmatirijst
200 g havermoutvlokken
8 dl water

wanneer je een andere rijstsoort gebruikt, kunnen de verhoudingen variëren, bijvoorbeeld:
350 gekookte ronde volkorenrijst
250 g havermout
8 dl water

voeg eventueel kaneel aan het deeg toe

Meng de bovenstaande ingrediënten in een hoge mengkom goed door elkaar. 
Mix het mengsel met de staafmixer glad en laat het deeg een nachtje rusten in de ijskast (het mixen kan ook 's ochtends, na het rusten).

Laat olie of een andere vetstof heet worden in de hete pan, laat eetlepels van het mengsel in de pan glijden en druk ze eventueel een beetje plat.  Bak ze aan beide kanten krokant op een heel heet vuur en keer ze voorzichtig om met een platte spatel.

Serveer de koekjes met confituur, fruit, yoghurt, siroop, ...  Ook lekker bij soep of hartige dips.


zondag 11 december 2016

iets herfstigs

Al die hartverwarmende berichten die ik ontving van jullie vorige week, dat verdient een lekker taartje.  Iets stevigs, iets herfstigs, iets waar je mee onder je kerstboom kan kruipen en lekker loom van wordt.

 
De walnotentaart is deze herfst onze topper.  Het plezier startte maanden geleden bij het rapen van de noten en het opsnuiven van de heerlijke geur van de bolsters.   Mijn buurvrouw Bernadette heeft een gigantische walnotenboom in de tuin staan, en wonder boven wonder tuimelen alle noten over mijn tuinmuurtje.  Weer een momentje dat ik me een beetje boerin voel in de stad.  Dit jaar was de oogst gigantisch, we zullen notentaart blijven eten tot het zomert...


Voor de taartbodem kan je natuurlijk je eigen favoriet taartdeeg gebruiken.  Als je glutenvrij deeg maakt zoals in dit recept,  rol je dat niet uit met een taartrol.  Het deeg is niet elastisch genoeg, dus je duwt het met je vingers tot de gewenste dikte in de bakvorm.  En varieer gerust met de verschillende soorten meel, kijk eens wat er nog in je keukenkast ligt en experimenteer.


walnotentaart

voor de taartbodem:
125 g amandelmeel
110 g boekweitmeel of kastanjemeel
60 g kikkererwtenmeel (= besan)
125 g boter, in klontjes
1 ei

voor de vulling:
200 walnoten, gemalen in de blender
3 eieren, gesplitst
90 g donkerbruine kandijsuiker
1 zakje vanillesuiker
50 g gesmolten boter
1 dl (soja)room

Meng de ingrediënten voor de taartbodem met je handen door elkaar tot een samenhangend deeg.  Vet een springvorm in met boter en druk het deeg met je vingers aan tot de gewenste dikte in de vorm.  Bak het deeg 10 minuten voor in de oven op 190°C.

Ondertussen meng je de gemalen walnoten met de eigelen, de suiker, de vanillesuiker, de boter en de sojaroom door elkaar met een klopper.  Klop de eiwitten stijf en spatel ze voorzichtig door het beslag.  Schenk dit in de voorgebakken taartbodem en bak de taart ongeveer 25 minuten op 190°C, tot de vulling stevig is.



zondag 4 december 2016

nieuw leven

En dan is er een ochtend waarop de ochtendmist iets minder dik is.  Waarop je dat spinsel in je hoofd een beetje oppoetst.  Die lang rondsluimerde gedachte die je al honderden keren voelde prikken in je achterhoofd, die pak je dan uiteindelijk vast.  Er zijn nog honderden excuses te verzinnen om toch niet achter die pc te gaan zitten, maar er zijn ook een paar goeie redenen om dat toch te doen.  Deze blog terug nieuw leven inblazen.

En waarmee begin je dan... Wat is er zinvol genoeg om die schrijfsels terug te starten?  Iets dat opruimt, dat heelt, dat goed voor je is.  Ik stel graag mijn waterkefirdrank aan je voor.  Mijn dorstlesser die ik al enkele maanden met liefde verzorg en koester, mijn drankje waar ik zo verzot op ben geraakt.



Sinds enkele jaren ben ik me gaan verdiepen in fermenteren.  Alles wat natuurlijk groeit en borrelt en geheimzinnig een eigen leven leidt, trekt me aan.  Een dagelijkse portie gefermenteerde groentjes tussen je slaatje of op je boterham hebben een groots effect.  Een knapperig fris gevoel in je mond maar bovenal een gezond resultaat binnenin je lijf.  Die goedaardige bacteriën kan je duur betalen bij de apotheek in potjes probiotica of bij de supermarkt in flesjes yakult.  Maar je kan ook dagelijks een glaasje kefir drinken, bomvol vitamines.  Dat kikkert je helemaal op, ik voel dat regelrecht naar mijn ingewanden stromen.



In mijn kinderjaren stonden op vele aanrechten bokalen met melkkefir of yoghurtbloemetjes te rijpen.  Deze waterkefir is familie, de korrels zien er hetzelfde uit maar zijn doorzichtig in plaats van melkwit.  De vloeistof die je toevoegt is geen melk maar zuiver water of vruchtensap.  En dan moet je zorgen dat er voeding voor die korrels (zoetstof: suiker, gedroogde vruchten of diksap) wordt toegevoegd, zodat ze gaan groeien.  De korrels zetten de zoetstof om in gezonde gist.  Er ontstaan nu mooie belletjes in je bokaal omdat er koolzuurgas geproduceerd wordt.

Sinds deze zomer experimenteer ik volop met dit wonderbaarlijke drankje.  Ik heb geleerd dat je voluit kan spelen met de ingrediënten en de rijpingstijd.  Ga voor je eigen smaak en proef wat je het lekkerst vindt.  Hoe langer het brouwsel fermenteert, hoe zuurder het wordt.  Na 2 dagen kan je de ingrediënten uit het vocht vissen en de korrels spoelen in een zeefje onder stromend water.  Het drankje kan je nu gekoeld drinken, maar je kan het ook nog yot 3 weken in de ijskast bewaren, waar het lichtjes verder zal fermenteren.  De smaken zullen nooit twee maal hetzelfde zijn.  De temperatuur en het licht, de zoetheid van het fruit, alles is variabel.

Dus houd je niet te strak aan de recepten en zet je aan het brouwen.  Zo zijn we terug gestart, voilà.  Je vindt hier geen catering of workshops meer, voortaan wordt er alleen nog gekookt in kleine pannetjes.  Ik zal jullie schrijven over mijn tafel van alledag.  Tot heel gauw!



Wat heb je nodig:
  • schone glazen bokaal, gespoeld met heet water zonder zeepsop
  • plastieken zeefje (werk niet met metalen materiaal, dat schaadt de kefircultuur)
  • plastieken of kunststoffen tang of lepel

Ingrediënten:
  • 100 g waterkefirkorrels (bestel via het web of vraag ze aan een kefirvriendin)
  • 1 liter flessenwater (water van de kraan bevat te veel chloor, dat doodt de fermentatie) of vruchtensap (of  half water half sap) of koude thee
  • 3 eetlepels suiker (gewone suiker werkt het best) of 4 à 8 gedroogde vijgen of ander gedroogd fruit (geen honing, dit werkt niet bij de fermentatie.  Als je het drankje liever zoeter hebt, kan je meer suiker toevoegen.  Als je vruchtensap gebruikt in plaats van water, of diksap gebruikt, heb je geen suiker nodig.
  • smaakmakers: een halve bio-citroen, gemberplakjes, verse kruiden (citroenmelisse, citroenverveine, salie, tijm, citroengras, munt, vlierbloesem, rozenblaadjes, ...)
  • extra smaakmakers: stukjes stevig fruit (bv bessen, plakjes peer, meloen, rabarber, kiwi, pruim, kweepeer, mango, ananas), komkommer, ...

Werkwijze:
  • Doe je ingrediënten in een schone bokaal en zet hem afgesloten op kamertemperatuur (niet in de volle zon), gedurende minstens 2 dagen.
  • Je kan de bokaal afsluiten met een katoenen doek, dan ontsnapt het koolzuurgas.  Wil je meer prik in je drankje, sluit dan de bokaal af met een deksel.
  • Na 2 dagen verwijder je het fruit en de kruiden (meestal drijven ze bovenop de vloeistof).  Zeef het drankje doorheen een plastieken zeefje en plaats het drankje in de ijskast.  Dit bewaart nog zo'n 3 weken.
  • Spoel de korrels zachtjes onder de stomende kraan, en start in een verse bokaal met een nieuwe bereiding.
  • Als je een rustpauze wilt inlassen, doe je de korrels met water en suiker in een bokaal en plaats je hem in de ijskast.  Zo wordt de fermentatie vertraagd, en kan je nadien de korrels zeven voor verder gebruik.  Het vocht gooi je weg.
  • Wanneer je korrels wegkwijnen tot 'moes', wil dat zeggen dat de voeding op is.  Voeg suiker toe.
  • Na enkele keren zal je zien dat de korrels groeien en vermeerderen.  Je kan ze uitdelen of laten rusten zoals hierboven beschreven, in de ijskast.
  • De fermentatiebacteriën zijn heel gevoelig voor vuil, zuiver werken is de boodschap.
  • Laat je darmen wennen aan het drankje, en start met dagelijks één glaasje te drinken.



vrijdag 10 juli 2015

kokosbrownie

En dan kijk je eens naar de kalender, waar je constateert dat de vakantie al tien volle dagen vooruit is gegaloppeerd.  In een roes van rugzakken inpakken, kindertjes uitzwaaien, luieren en stil genieten zoeven de vakantiedagen voorbij.  In feite had ik dit verhaaltje willen vertellen op 30 juni.


Traditiegetrouw worden hier eigen maaksels als geschenkje gegeven aan die lieve juffen, kwestie van te concurreren tegen goede flessen wijn en dure pralines.  En natuurlijk omdat mijn keukenprinsesjes erg vlijtig zijn aan het fornuis.  Dezer dagen komt dat goed van pas...


Maar gebroken pols of niet, dit is een recept dat het kleinste kind, de onhandigste kwezel en de grootste luierik in een handomdraai maakt.  Mengen en klaar.


Voor alle duidelijkheid, het zijn gezonde, glutenvrije brownies met 75 (!) gram suiker ipv 750 gram. Bovendien hebben die juffen geweldig hun best gedaan en de rapporten waren schitterend. Schrijffouten zullen we wijten aan vermoeidheid aan het einde van dat briljante schooljaar...


kokosbrownies

2 dl (amandel)melk
100 g donkere chocolade in kleine stukjes (chocolade chips)
75 g suiker
1 zakje vanillesuiker
70 g amandelmeel
35 g gedroogde kokos
1 theelepel bakpoeder
1 theelepel baksoda
3 eetlepels arachideolie
2 eieren

Laat de (amandel)melk met 50 g chocolade, de suiker en de vanillesuiker smelten.

Meng het amandelmeel, de gedroogde kokos, het bakpoeder en de baksoda.
Roer de olie door het chocolademengsel, en schenk dit daarna bij het andere mengsel.

Roer alles door elkaar en voeg dan de eieren en de overige 50 g chocolade toe.  Doe het mengsel in een kleine bakvorm, bekleed met bakpapier.  Bak de brownie ongeveer 30 minuten op 190°C.


donderdag 18 juni 2015

nog meer blaadjes

Vorige keer was ik nog niet uitverteld.  Over die heerlijke blaadjes, dat verrukkelijke loof en die groene kruiden.  Ik kan een hele boom opzetten over zo veel groen dat wordt weggegooid in de meeste keukens en groentetuinen.  Worteltjes- of radijs- venkelloof bijvoorbeeld, blaadjes van doorgeschoten groenten zoals snijbiet of broccoli, dat zogeheten onkruid als melde of zuring.

'Wat doe je daar dan mee?' hoor ik vaak.  De pesto-sluier heb ik al eventjes opgelicht.  Bij de stevige blaadjes (bijvoorbeeld van rode melde, snijbiet, brave hendrik) en het bovenvermelde loof  is het handig om aan spinazie te denken.  Alle gerechtjes die je met spinazie zou kunnen maken, kan je met die stevige blaadjes en met het meeste loof bereiden.  Wok en fruit ze heel kort tot ze slinken, en draai ze dan in een wrap, een groentetaart of één of ander flapje.  Meng ze met andere groenten en serveer ze bij pasta of rijst, kortom, put uit je doordeweekse recepten die je regelmatig maakt.

Frissere blaadjes die welig tieren zoals bladmosterd, citroenmelisse, alle soorten sla en frisse kruiden gebruik ik graag in Viëtnamese rolletjes.  Die worden traditioneel gemaakt met munt en koriander, en met daarnaast iets hartigs.


De rolletjes worden niet gefrituurd, het is net de bedoeling om de frisheid van de kruiden te proeven. Als je ze niet onmiddellijk serveert, dek je ze af met folie zodat ze niet uitdrogen.  De gedroogde velletjes zijn te koop in de Chinese supermarkt.  Je vindt ze ook in een groot model, dat is handig om mee te nemen voor een picnic.  Dan maak je de vulling 'substantiëler' met wat meer sla of andere groentjes, bijvoorbeeld reepjes daikon of wortel.  Dit vul je dan aan met wat je lekker vindt, bijvoorveeld krokant gebakken tofu of garnalen.  Bij dit recept gebruik ik de kleine driehoekige velletjes.



frisse Viëtnamese rolletjes

komkommer, ongeschild, in fijne reepjes gesneden
mosterdblad (of andere slasoorten)
citroenmelisse
blad van bernagie (=komkommerkruid), de nerf verwijderd
munt (of appelmunt
zonnebloempitjes
sojasaus
rijstpapier

Rooster de zonnebloempitjes in een droge pan.  Wanneer ze lichtjes bruinen zet je het vuur uit en besprenkel de zaadjes dan met wat sojasaus.  Laat afkoelen.

Week de rijstpapier-blaadjes in koud water tot ze zacht zijn (1 à 2 minuten).  Leg ze op een schone handdoek, met de punten naar omhoog.

Leg de vulling onderaan op de velletjes: wat komkommerreepjes, een mosterdblad, enkele blaadjes citroenmelisse en munt, een eetlepel geroosterde pitjes.  Flap de onderzijde over de vulling, en plooi daarna de zijkanten er over.  Rol nu het rolletje strak op, met al je vingers.


dip met zuring

bosje zuring
flinke scheut yoghurt
kneepje wasabi
scheut vissaus

Mix de bovenstaande ingrediënten glad met een staafmixer en proef!